Voorschriften en reglementen optocht

Voorschriften carnavalsoptochten gemeente Rheden

  1.  Algemeen
    1. De doelstelling van de voorschriften is het ordelijk en veilig verloop van de optocht.
  2. Openbare orde en veiligheid
    1. Voor het vervoer van en naar de verzamelplaats van de carnavalswagens / praalwagens van de optocht moet een ontheffing worden gevraagd (wordt geregeld via de vergunning), op grond van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), gelet op het verbod zoals bepaald in artikel 10 WVW. Indien de wegen waarvoor de ontheffing wordt gevraagd zijn gelegen binnen één gemeente, kan de ontheffing verleend worden door burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente op grond van artikel 148 e.v. WVW. In alle overige gevallen zijn de provincie (Gedeputeerde Staten) of het rijk (Minister van Verkeer en Waterstaat) verantwoordelijk voor het afgeven van de ontheffing.
    2. Tijdens de optocht mogen er maximaal 2 personen per vierkante meter
      loopoppervlakte op de wagen aanwezig zijn. De constructie dient hiervoor uiteraard
      voldoende sterk te zijn.
    3. Alle getrokken en trekkende voertuigen worden in de twee weken voor de optocht door de Optochtcommissie op veiligheid gecontroleerd.
    4. De Optochtcommissie kan daarbij aanwijzingen geven, die verplicht moeten worden
      opgevolgd.
    5. Als geen controle tevoren mogelijk is en/of als aanwijzingen tot wijziging zijn gegeven, kan door de Optochtcommissie worden besloten de wagen niet tot de optocht toe te laten.
    6. Door een trekker getrokken wagens zijn verplicht aan de beide zijkanten van de wagen tenminste één begeleider te hebben, die aanwijzingen kan geven aan de chauffeur en gelijktijdig de veiligheid voor het publiek in de gaten kan houden.
    7. Wielkasten van een wagen dienen deugdelijk afgeschermd te zijn.
    8. De zijkanten van een wagen kunnen worden afgeschermd. waarbij een hoogte van
      tenminste 30 cm boven het wegdek in acht moet worden genomen.
    9. De carnavalswagens/praalwagens hebben de volgende afmetingen:
      bouwhoogte is maximaal 4,00 meter; (Velp afwijkend i.v.m. de bovenleiding van de trolley Hoofdstraat)
      breedte is maximaal 3,10 meter;
      lengte is maximaal 22 meter, inclusief trekkend voertuig
    10. De deelnemende bestuurders tijdens de optochten mogen geen verhoogd
      alcoholpromillage boven door de wet gestelde grens van 0,5 promille hebben.
    11. Voor beginnende bestuurders is die limiet de eerste 5 jaar lager, namelijk 0,2 promille.
      De normale wettelijke bepalingen zijn hier van kracht en zullen worden gehandhaafd.
      Indien naar het oordeel van de Optochtcommissie sprake is van bovenmatig
      drankgebruik zal dat onmiddellijke verwijdering van de deelnemer(s) tot gevolg
      hebben.
    12. Het strooien van versnaperingen en dergelijke dient zodanig te geschieden dat
      daardoor geen letsel of schade aan personen of goederen wordt toegebracht en dat het publiek en vooral kinderen niet op de rijbaan hoeven te komen. Het gebruik van alcoholhoudende drank door deelnemers onder de 18 jaar is niet toegestaan.
      Uitsluiting van deelnemer volgt door organisatie en/of politie bij overtreding van deze bepaling. Het gebruik, het in bezit hebben en verhandelen van alle soorten verdovende middelen is niet toegestaan.
    13. Deelnemende bestuurders dienen rekening te houden met het gebruik van medicijnen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.
    14. Vloeroppervlakken hoger gelegen dan 1 meter boven de weg, dienen deugdelijk
      afgeschermd te worden met een hekwerk met een hoogte van minimaal 1.20 meter.
    15. De Nederlandse wetgeving is en blijft van toepassing op de deelnemers en de
      deelnemende voertuigen. Dit betekent onder andere dat voor de motorrijtuigen een
      W.A. verzekering of praalwagen verzekering moet zijn afgesloten en dat de
      bestuurder(s) van een tractor, vracht- of personenauto in het bezit moet zijn van een
      geldig rijbewijs van desbetreffende categorie.
    16. Gebruik van geluidsapparatuur is uitsluitend toegestaan gedurende de deelname aan de optocht. Maximaal 90 dB.
    17. Deelnemers die wangedrag vertonen kunnen door de organisatie en/of politie worden verwijderd uit de optocht.
    18. Als de bestuurder van een voertuig een beperkt uitzicht heeft (aan de voor- dan wel
      achterzijde) is het verplicht om minimaal 4 personen van ten minste 18 jaar te laten
      meelopen om aanwijzingen te geven aan de bestuurder, zowel voor de veiligheid van de deelnemers als voor de veiligheid van de toeschouwers.
    19. De objecten die op of aan de carnavalswagens / praalwagens bevestigd zijn dienen
      veilig te zijn en worden beschouwd als lading van de wagen.
    20. De organisatie, de brandweer en de politie behouden zich het recht voor om door hen als onveilig beoordeelde carnavalswagens/ praalwagens uit te sluiten van deelname aan de optocht en te (laten) verwijderen uit de optocht.
    21. Ronddraaiende elementen en aandrijvingen op de carnavalswagens/praalwagens
      dienen op deugdelijke en veilige wijze te zijn afgeschermd.
  3. Brandveiligheid
    1. Op elke grote wagen dient tenminste één goedgekeurde ABC-poederblusser met een inhoud van minimaal 6 kg aanwezig te zijn, voor kleinere wagens volstaat een
      goedgekeurde poederblusser van 2 kg. Elk ander object, niet zijnde een wagen, dient
      eveneens van een dergelijk blusmiddel te zijn voorzien indien gebruik wordt gemaakt
      van brandbare vloeistoffen en/of gassen.
    2. In geval dat stroomaggregaten worden gebruikt, is het bijvullen van deze aggregaten tijdens de optocht in geen geval toegestaan.
    3. De stroomaggregaten dienen te zijn voorzien van een deugdelijke isolatiebewaking.
    4. Bij gebruik van gasflessen (B.v. stikstof-perslucht) dient elke fles goedgekeurd te zijn.
    5. Tevens dienen er deugdelijke/goedgekeurde slangen, slangenklemmen en
      reduceerinrichtingen te worden gebruikt.
  4. Slotbepalingen
    1. Door de buitengewoon opsporingsambtenaren van de gemeente Rheden (BOA’s), de brandweer en de politie zal toezicht worden gehouden op de naleving van deze
      voorschriften.
    2. De deelnemers dienen alle aanwijzingen gegeven door of vanwege
      burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren, de organisatie, de
      politie en de brandweer terstond en stipt op te volgen.